zoemdak ibic aanleg

KU Leuven en Hogeschool PXL helpen IBIC bij ontwikkelen zoemdaken

- Blog | 3 min leestijd

Groendakspecialist IBIC werkt samen met onder andere Hogeschool PXL en de KU Leuven om de biodiversiteit op groendaken een boost te geven. Het wetenschappelijke onderzoek moet leiden tot het ideale zadenmengsel om extra veel bloembezoekende insecten te lokken. Een groendak dat zoemdak wordt, levert een nog grotere bijdrage aan onze leefomgeving. 

 

De KU Leuven, Hogeschool PXL, Natuurpunt en Vlaio zetten mee de schouders onder het initiatief van IBIC om de biodiversiteit op een groendak op te krikken. Het pionierswerk is in de lente van dit jaar begonnen met veertien proefopstellingen in Antwerpen, Brussel en Gent. Pionierswerk? “Het is inderdaad onontgonnen terrein. De bestaande zadenmengsels voor groendaken zorgen misschien wel voor een mooie variatie in de vegetatie, maar geen enkele levert een meerwaarde voor wilde bestuivers”, zegt Innovation Engineer Wim Garmyn (IBIC). 

“Geen trend, maar een noodzaak”

Prof. em. Martin Hermy (KU Leuven) voegt daaraan toe: “Ook de wetenschap heeft nog geen pasklaar antwoord op de vraag met welke plantensoorten je bijen en nuttige insecten naar een groendak lokt. Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. Vandaar onze interesse om mee te helpen een biodiverse leefomgeving te ontwikkelen.” En dat is nodig. Hermy: “Vooral met de bijen gaat het niet goed, wat een grote impact kan hebben op onze voedselketen.” Driekwart van onze land- en tuinbouwgewassen zijn afhankelijk van bestuivers – voor 85 procent van wilde bestuivers. Meer biodiversiteit is met andere woorden geen trend of mode, het is een noodzaak.

De gewenste beplanting op een groendak krijgen om er een zoemdak van te maken, begint met het juiste zadenmengsel. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Onderzoekster Carmen Van Mechelen van Hogeschool PXL stelde samen met IBIC, Natuurpunt en prof. em. Martin Hermy een long list samen van planten die bestuivers ‘lekker vinden’: “In die lange lijst hebben we serieus gewied, want de flora op een groendak moet gedijen in extreme omstandigheden (felle zon, lange periodes van droogte, hoge temperaturen…). Op een groendak is het echt een survival of the fittest, enkel de sterkste soorten overleven. Bovendien mogen de planten niet al te diep wortelen om de dakdichting niet te beschadigen. We moeten ook rekening houden met de haalbaarheid want het is niet omdat iets voorkomt in de natuur dat het beschikbaar is als zaad bij kwekerijen.”

De zoektocht naar het gepaste zadenmengsel

Veertig plantensoorten haalden de short list en worden momenteel getest op de proefdaken. Van Mechelen: “Behalve naar de selectie van de planten, kijken we ook naar de effecten van verschillen in substraat(dikte) en zelfs van flora in de directe omgeving van het gebouw. Er groeit meer op een groendak dan wat je erop zaait of plant: er is veel spontane kolonisatie door zogenaamde ‘pioniersoorten’, dat zijn planten uit de omgeving die erin slagen wortel te schieten op het dak. Het succes van het zadenmengsel hangt dus ook af hoe de gewenste én de juiste spontane plantensoorten samen een ideale habitat creëren.” Op een zoemdak wil je niet per se weg wat je niet hebt geplant of gezaaid. Als een groendak het spiegelbeeld is van de vegetatie in de buurt, zijn het efficiëntere stepping stones tussen andere groene plekken in de omgeving. Veel eigenaars van een groendak zien het als onkruid, maar soorten als paardenbloemen of madeliefjes dragen bij tot de biodiversiteit omdat ze veel nectar produceren en zo massa’s bestuivers lokken. 

 

Op basis van de wetenschappelijke resultaten willen de onderzoekers komen tot een selectie van een twintigtal inheemse plantensoorten die effectief bewezen hebben dat ze én stressbestendig genoeg zijn voor een groendak én significant meer wilde bestuivers lokken. Dat zadenmengsel wil IBIC zo budgetvriendelijk mogelijk commercialiseren.